Skip to main content

Severine Vermeire

In hartje Leuven, café Dokteur, ontmoet ik Severine Vermeire. Ze is arts en professor maag-, darm- en leverziekten aan de KU Leuven. Ze leidt een onderzoeksgroep die de voorbije jaren een belangrijke bijdrage heeft geleverd in het domein van inflammatoire darmaandoeningen. Daarnaast tracht ze als onderzoekscoördinator bruggen te slaan tussen de verschillende disciplines aan de universiteit. De KU Leuven bood Severine veel kansen. Nu, wil ze kansen creëren voor anderen. ‘Ik wil niet enkel zorgen voor patiënten, maar ook veel breder voor de universiteit.’

Het interview werd door Daan Delespaul in januari 2025 afgenomen. Daan is voormalig redacteur (2018-2022) en hoofdredacteur (2020-2021) van Veto en momenteel doctoraatsstudent aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.

Hoe is jouw traject naar deze universiteit gelopen?

Ik ben opgegroeid in Eeklo, als oudste van drie kinderen. Mijn moeder heeft er een succesvolle kapperszaak opgebouwd, en mijn vader was accountant in Gent. Mijn ouders werkten hard. Ik kreeg via hen een aantal kernwaarden mee die me onbewust hebben gevormd: ondernemerschap, leidinggeven en de motivatie om hard te werken.

Op mijn achttiende heb ik lang getwijfeld tussen geschiedenis en geneeskunde. Ik wilde eigenlijk archeologe worden, want het reizen en het opzoekingswerk boeiden me enorm. Maar na de kennismakingsdagen werd het glashelder dat ik geneeskunde wilde studeren. Op aanwijzen van onze huisarts ben ik mijn studies in Leuven gestart want “de KU Leuven had heel wat naam en faam”.

Dat bleek de beste raad die hij mij kon geven: ik heb hier aan de universiteit ongelooflijk veel kansen gekregen. Na stages en specialisaties in het buitenland – in Paraguay, Oxford en Montréal – ben ik ook altijd weer naar Leuven teruggekeerd. Intussen werk ik hier al 25 jaar. Eerst als staflid in het UZ, en dan aan de KU Leuven als deeltijds docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar.

Wat drijft je in je rol als academica?

Het motiveert me om een stukje van mijn kennis over te dragen aan jonge mensen. En dat studenten na afstuderen enkele van mijn lessen in de praktijk kunnen omzetten. Per slot van rekening is het de volgende generatie die het moet waarmaken in onze samenleving.

Ooit kreeg ik na een van mijn colleges een spontaan applaus. Dat vond ik zo fijn! Op die momenten ga je met een hele grote glimlach naar huis. Tegelijk dacht ik: die jonge mensen vinden mij dan toch geen saaie oude professor (lacht).

De laatste tien jaar ben je ook steeds meer in het beleid gerold. Je zetelde in het bestuurscomité van UZ Leuven, bent Departementsvoorzitter geweest en  momenteel ben je onderzoekscoördinator van de Groep Biomedische Wetenschappen. Wat trekt je in die beleidsfuncties aan?

De universiteit is enorm groot, divers, en telt veel mensen en verschillende belangen en meningen. Ik wil die diversiteit aangrijpen om ons verder klaar te stomen voor de uitdagingen die op ons afkomen. Het is beter om ook actief aan het stuur te zitten, dan om langs de zijlijn louter de gevolgen te ondergaan. Ik wil niet enkel zorgen voor patiënten, maar ook veel breder voor de universiteit en iedereen die werkt of studeert aan onze universiteit.

Ik wil niet enkel zorgen voor patiënten, maar ook veel breder voor de universiteit en iedereen die werkt of studeert aan onze universiteit.

Een team te kunnen leiden en te enthousiasmeren geeft mij veel energie. In mijn onderzoek probeer ik steeds om samen met mijn PhD-studenten, postdocs en laboranten één visie te ontwikkelen en ons er gezamenlijk achter te scharen. Ik vind het daarnaast ook erg leerrijk om als Onderzoekscoördinator met alle disciplines en geledingen binnen de drie Groepen van deze universiteit – Humane Wetenschappen, Wetenschap en Technologie, en Biomedische Wetenschappen – in contact te komen.

Zo zijn we vorig jaar gestart met een reeks lunchseminaries waarbij duo’s onderzoekers – meestal ingenieurs en artsen – toelichten hoe hun interdisciplinaire samenwerking is ontstaan. Heel erg boeiend om deze kruisbestuiving te zien en wat er mogelijk is aan onze universiteit!

In je eigen vakgebied, de gastro-enterologie, wordt het beleid vaak gevoerd door mannelijke collega’s: in de Verenigde Staten bijvoorbeeld is zo’n acht op de tien gastro-enterologen man. Wat is nodig om het veld in balans te trekken?

Er is zeker ook hier werk aan de winkel. De instroom van vrouwen wordt gelukkig groter, maar bij de doorstroom naar leidinggevende posities loopt het nog te vaak mank. In de Groep Biomedische Wetenschappen bijvoorbeeld is de instroom naar de functie ZAP (Zelfstandig Academisch Personeel), zeg maar de professoren, 50/50, maar onder de gewoon hoogleraren is maar 20% een vrouw. Vaak stopt de carrièreplanning van vrouwen bij gezinsuitbreiding.

We zullen nooit genoeg vrouwen in leidinggevende posities krijgen als we niet zelf het voorbeeld geven.

Het lijkt me belangrijk om vrouwelijke rolmodellen te hebben. Want we zullen nooit genoeg vrouwen in leidinggevende posities krijgen als we niet zelf het voorbeeld geven. En het gaat trouwens niet enkel om de verhouding man-vrouw; onze universiteit is ook erg wit.

Onze maatschappij is geen witte maatschappij, en ook niet overwegend mannelijk. Maar dat zie je nu niet in de grote raden van bestuur. Ik denk dat we actief op zoek moeten gaan naar meer diversiteit op die posities. Met meer verschillende rolmodellen als een weerspiegeling van onze diverse maatschappij.

Wie zijn je eigen rolmodellen?

Het is misschien raar, maar ik heb nooit één rolmodel gehad. Ik ben door veel mensen geïnspireerd. In de eerste plaats mijn ouders, die me geleerd hebben dat je niets voor niets krijgt en dat je mits hard werken en doorzetting ergens kan komen. Ik denk ook aan mijn leerkrachten geschiedenis en Frans uit het middelbaar. En aan de universiteit mijn stagemeester inwendige geneeskunde, en later ook de promotor van mijn doctoraat.

Bovendien word ik geïnspireerd door studenten die mij interessante vragen stellen. Ik krijg ook elke dag inspiratie van mijn directe collega’s. Maar het klopt dat ik geen groot gamma aan vrouwelijke rolmodellen heb gehad. Ik hoop dat dit voor jonge mensen anders wordt in de nabije toekomst.

Je schreef mee aan honderden publicaties. Wat zie je als je grootste verwezenlijking?

Dat is de moeilijkste vraag die je me al hebt gesteld! Natuurlijk ben ik trots op een aantal wetenschappelijke verwezenlijkingen, die ook effectief tot een betere uitkomst voor onze patiënten met inflammatoire darmziekten hebben geleid. Maar de eerlijkheid gebiedt me daar onmiddellijk bij te vermelden dat het meeste wat ik heb verwezenlijkt, is dankzij mijn team. Het is nooit me-myself-and-I. Sterker: ik ben een grote voorstander van team science. Met mijn team hopen we nog de oorzaak van enkele chronische darmziektes te vinden. Op zich zijn die aandoeningen goedaardig, maar ze hebben een significante impact op de kwaliteit van leven en patiënten dragen deze aandoeningen ook voor het leven.

Ik ben een grote voorstander van team science.

Maar ik ben er het meest trots op dat patiënten, studenten of collega’s gemakkelijk bij mij raad komen vragen. Blijkbaar is er bij mij geen hoge drempel. Ik geef heel graag advies waar ik kan, en ik kan ook discreet zijn. Ik zal altijd proberen om iedereen met raad en daad bij te staan. Mensen vooruithelpen geeft mij veel voldoening.

Tot slot: waar vinden we je na de werkdag?

 Aan de keukentafel gaat het gelukkig niet over darmklachten en stoelgang. Ik heb een dochter van 16, en ik luister graag hoe haar schooldag is verlopen. Kinderen en al zeker adolescenten geven je een andere kijk op de wereld. Het is niet altijd dat het rozengeur en maneschijn is: je hebt soms lastige vergaderingen, moeilijke beleidskwesties of patiënten met wie het niet goed gaat. Het is goed om dat te kunnen relativeren wanneer je thuiskomt.

De dag sluit ik heel graag af met een goed boek, meestal in bed. In het weekend is er meestal meer tijd en dan blader ik op zondagochtend door de kranten terwijl ik geniet van een latte macchiato met wat rustige muziek op de achtergrond.

Zondagochtend is bovendien met stip mijn sportmoment. Ik probeer één of twee keer per week te lopen en ik doe ook aan krachttraining. Dat is voor mij erg belangrijk om op de stress van de week te kunnen anticiperen. Een gezonde geest in een gezond lichaam!

Severine Vermeire is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de KU Leuven en medisch staflid in de dienst maag-, darm- leverziekten van UZ Leuven. Sinds 2020 is zij Onderzoekscoördinator voor de groep Biomedische Wetenschappen van de KU Leuven. Van 2015 tot 2020 was zij voorzitter van het Departement CHROMETA (Chronic Diseases and Metabolism) en van 2017 tot 2022 maakte zij deel uit van het Bestuurscomité van UZ Leuven. Sinds 2017 zetelt ze in de Vlaamse Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit (VCWI).

Severine Vermeire behaalde haar diploma geneeskunde aan de KU Leuven in 1995 en haar doctoraatstitel eveneens aan de KU Leuven in 2001. Ze genoot daarnaast opleiding aan de Universidad Nacional de Asuncion, Paraguay (1993), aan het Wellcome Trust Centre for Human Genetics in Oxford, VK (1997-1998), en aan de Montreal General Hospital McGill University, Canada (2000-2001).

De onderzoeksbijdragen van Severine Vermeire overspannen zowel klinisch als translationeel onderzoek met een focus op de rol van het microbioom en de genetische vatbaarheid voor inflammatoire darmziekten (IBD, inflammatory bowel disorders). Zij is actief betrokken als hoofdonderzoeker in verschillende klinische studies met nieuwe therapieën en was de internationale leidende onderzoeker voor talrijke onderzoeks programma’s. Haar team is een pionier in het domein van therapeutische monitoring van geneesmiddelen en in biomarkers die het effect van de behandeling voor IBD voorspellen. Zij is een veel geciteerde onderzoekster met meer dan 800 peer-reviewed artikels.

Severine Vermeire was associate editor van het wetenschappelijk tijdschrift GUT (2004-2009) en van het Journal of Crohn’s and Colitis (2014-2017). Zij bekleedde de post van president van de European Crohn and Colitis Organisation (2014-2016) en van de Belgische IBD Research & Development Group (2011-2013). In 2017 werd ze verkozen tot lid van de prestigieuze Duitse Leopoldina Academie voor Wetenschappen en in 2022 tot lid van de Academia Europaea.

Zij behaalde in 2016 een Advanced Grant van de European Research Council (ERC) en leidt momenteel als coördinator (2023-2028) het door Horizon Europe gefinancierde FIBROTARGET-project (No 101080523).

Severine Vermeire was de mentor van verschillende onderzoekers die nu zelf wereldwijd prominente academische en klinische posities bekleden.

Lees hier mijn volledige CV.

Contacteer mij